Het is slechts weinigen gegeven om de natuur naar waarde te beschrijven, woorden halen het zelden bij de echte waarneming. Omdat we toch graag een idee willen geven wat de natuur de Ariège biedt, ontkomen we niet aan tekst.

De rondwandeling vanaf l’Oustal leidt ons in het voorjaar langs een weitje vol met orchideeën: bijen-, hommel-, spinne-, welriekende wantsenorchis en zo nog een tiental waaronder de prachtige hybride tussen lange tongorchis en het harlekijntje.

Ook de bermen langs de weg staan vol en we vrezen altijd weer de maaimachine die onverbiddeljjk komt. Soms plukken we er snel een paar zodat ze een 2e leven hebben in de vaas. Het departement heeft overigens wel de regel dat er later gemaaid wordt en tot 1,5 meter van het wegdek zodat de vegetatie de kans krijgt zich weer te verspreiden en dat beleid blijkt ook succesvol voor de orchidee.

In de Ariège zijn zo’n 65 soorten orchideeën te vinden, variërend van veel voorkomend tot zeldzaam. Het behoort daarmee tot een van de soortenrijkste departementen van Frankrijk, er zijn velden waarbij je ogen tekort komt. Door de l’Association des naturalistes de l’Ariège (ANA) is de Atlas des orchidées d’ Ariège uitgegeven, waarin alle soorten zijn beschreven.

Een hopfamilie is een vaste zomergast op l’Oustal. Verrassend tam kunnen we de hop vaak van dichtbij bewonderen, een net gemaaid grasveld is zijn favoriete zoekplaats naar insecten als krekels en andere lekkernijen.

Eén van de favorieten is de bijeneter. Deze vogel leeft en broedt in groepen, een paar kilometer bij ons vandaan is een broedkolonie, de vogels vliegen daar af en aan. Er zijn dagen dat we, opmerkzaam gemaakt door hun onmiskenbare geluid, vlak boven ons huis 100 of meer van die schitterende vogels zien zweven, er zal iets lekkers te halen zijn in de buurt.

Natuurlijk zijn er ook volop roofvogels: rode, zwarte en grijze wouwen, de buizerd, boomvalk en slangenarend, meer richting de bergen diverse gierensoorten zoals de aas, de lammer en de vale. Tijdens een wandeling in de Pyreneeën hebben we een auerhoen gezien, maar die zie je niet elke dag.

In het najaar brengen we regelmatig een dag door in de bergen en tijdens de vogeltrek zijn we dan getuige van honderden wespendieven, tientallen slangenarenden, sperwers en zwarte en rode wouwen die via de Pyreneeën koers zetten naar het zuiden.

l’Oustal ligt op de trekroute van de kraanvogels. In het late najaar komen regelmatig grote groepen over op weg naar warmere oorden om te overwinteren. Hun “kru, kru” kondigt hun komst aan, vaak is het dan al donker. Een keer hebben we ze zien overvliegen bij het licht van de volle maan, een geweldige belevenis.

Uiteraard wonen er ook amfibieën in de streek. De hagedissen warmen graag op in de zon, ook de felgekleurde smaragdhagedis. De boomkikker laat regelmatig van zich horen, hem zien is lastiger want met zijn diepgroene kleur vindt hij gemakkelijk een plant of struik waar hij niet opvalt.

De vele vlinders, waaronder de meekrapvlinder zijn dol op de blauwe bloemetjes van de lavendel en het kattenkruid.

Dan zijn er natuurlijk ook nog das, marter, ree en zwijn die de directe omgeving van l’Oustal bevolken. Zwijnen zien we niet vaak, maar soms wel de sporen die hun zoektocht naar eten heeft achtergelaten. Reeën laten zich vrij regelmatig zien, vaak ook in de tuin waar blijkbaar lekkere dingen te vinden zijn.

Er is een flink aantal dassenburchten en wie ’s avonds op pad gaat, kan er weleens één zien scharrelen. Hun keurige “toiletten” in de buurt van de burchten geven aan dat er veel gewoond wordt. Met gasten plaatsen we weleens een cameraval om ’s ochtends te ontdekken wat er zich ’s nachts afspeelt.