De Auvergne is met 28 mensen per vierkante kilometer de meest onbevolkte regio van Frankrijk waardoor er dus nog veel ruimte is voor dieren.
Je kunt hier uren achter elkaar wandelen, fietsen en zelfs rijden zonder mensen tegen te komen. Reeën, wilde zwijnen, bevers, fazanten, parelhoenders, vossen, beverratten, egels, etc. zult u tegenkomen tijdens uw tochten.
Onze regio staat met name bekend om z’n vele bijzondere (roof)vogelsoorten. Meerdere vogelaars die onze vaste gasten zijn geworden waren verrukt van al het moois wat zij op en in de omgeving van ons domaine konden ‘spotten’. Onderstaand een impressie van Marc Schoorl, een ‘vogelaar’ gast en een overzicht van de gespotte vogels.

Op en in de omstreken van de camping hebben we, m’n dochter en ik, enige tientallen soorten vogels kunnen zien. Zonder dat de weersomstandigheden, ahum… nou ja, ideaal waren en het is ook weer niet zo dat wij heel fanatiek vogels aan het kijken waren. Maar wat is er heerlijker dan om voor je tent – glaasje wijn erbij, respectievelijk Perrier voor dochterlief, en zullen we dan ook maar zo’n regionaal kaasje oppeuzelen? – om dus voor je tent van de vogels te genieten. De kijker leggen we naast al het lekkers op tafel.

Sowieso word je ’s morgens wakker van nog wat late zangers, want wij waren er in juli en het voorjaar is dan wel voorbij. Toch liet de zanglijster zich nog horen en de merel, die wat stads geworden nachtegaal, is ook een ijverig zanger. En de mezen zijn ook altijd druk, beweeglijk en vrolijk lawaaierig. Dan hebben we het over koolmezen, pimpelmeesjes en jawel, ook de staartmees vliegt rond op het terrein. Voor de Nederlandse vogelkijker is het zeker ook leuk om bijna de hele dag door de zwarte roodstaart te kunnen zien – al is ie dan op het Franse platteland een tamelijk gewone verschijning. Kijk, daar hipt ie weer met z’n staart en, zie je dat? Hij heeft z’n snavel vol vliegjes! Dat betekent dat ie jongen heeft. En de andere staartwipper, de witte kwikstaart, zagen we ook geregeld langskomen.
Wij wonen in Amsterdam en daar is de huismus zowat uitgestorven, maar heerlijk om ze rond de oude boerderij rond te zien kwetteren. Vanzelfsprekend zingt de heggemus, die eigenlijk geen mus is, er ook z’n lied. In de berken bij het hoofdgebouw van de camping zitten vaak de kleurrijke putters, let op dat geel en rood, met hun vrolijke geluidjes. En de groenling zit er soms ook te sjerpen, zoals wij dat geluidje van hem noemen. Op het hek bij de auto’s zagen we ook een keer, toen het al bijna schemerde, een roodborsttapuit ziten: prachtig! En het was die avond dat ook de bosuil zich liet horen, met z’n klassieke nachtmerrieachtige hoew-hoew-hoew-hoew… En dan volgt later het antwoord van het vrouwtje: ‘kewik!’.
Dit zijn allemaal, en zeker voor de vogelaar, tamelijk gewone soorten. Maar voordat je bij de camping bent, echt op een steenworp afstand, daar ligt een vijver. En op de dag van aankomst stond ik meteen even op de rem. Wat vloog daar? Een kwak? Jawel, een kwak! Dit betekent, voor de niet-kenners onder ons, niet dat er een flinke lading vogelschijt op de voorruit was beland, maar dat we de in Nederland echt zeldzame reiger de kwak zagen bij dat water daar. Natuurlijk meteen de auto in de kant gezet en de kijker gepakt. En ja hoor: daar zit ie, met dat prachtige witte kuifje van hem! En verderop zat er nog een! En daar: nog een! En een jong!! Ze broedden hier dus. En nog weer ietsje verderop zat een schitterend witte reiger: de kleine zilverreiger! En wat vloog daar, die blauwe flits. Ha, de ijsvogel! Kijk, dat is lekker arriveren… Mijn dag was al goed.

Maar de directe omgeving heeft meer te bieden. Want het is altijd weer een feest als je de hop ziet. In het weiland of elkaar najagend en dan af en toe de grote kuif opzettend. Wat een vreemde vogel toch! En in Nederland zie je zo weinig. De oevers van de Loire en directe omstreken zijn echt vogelrijk. Het was voor mij alweer lang geleden dat ik de kleine klapekster zag. Maar hier zag ik ‘m wel drie keer. Net als z’n prachtige neef, met dat bandietenbandje om z’n ogen, de grauwe klauwier. En het horen en zien vergaat je dan bijna, als je tegelijkertijd de wielewaal hoort roepen en ‘m dan ook eindelijk eens ziet, want dat beest verstopt zich graag in de boomtoppen. Qua roofvogels is het er niet spectaculair – althans wat ik er in dat weekje gezien heb, onder zoals gezegd weinig optimale weersomstandigheden. Heet was het in die week geen dag, dus was er ook geen thermiek, waar de grote jongens zo graag gebruik van maken, want gratis. Het bleef dus bij een torenvalkje (toch altijd weer fraai en zo katholiek: hij bidt voor het eten), wat buizerds, maar daaraan is in Nederland ook allang geen gebrek meer, en vooruit: de zwarte en de rode wouw. Wat wou je nog meer? Tja, een paar arenden of zo. Of een verdwaalde gier misschien? Jammer dan. Maar een zangers, niet normaal meer! En zie dat allemaal maar es uit elkaar te houden als ze zich niet zingend laten waarnemen. Ik heb het hier over de diverse grasmussen (die ook al geen echte mussen zijn), de braamsluiper, wat soorten rietzangers, enzovoort. Kleine beweeglijke beestjes die vaak ‘huwiet’ roepen als je langsloopt: om elkaar te waarschuwen.
En daar vloog net de blauwborst in het riet! Zo’n kanotocht is helemaal geweldig. Zelfs, en dat zeg ik niet graag, als je niks om vogeltjes geeft. Je waant je in die rustig, maar wel degelijk stromende rivier, op de Marowijne of zo, in ieder geval in de tropen. We werden helemaal gek van de bijeneters, wat een druktemakers, maar vooral: wat een schitterende vogels toch. Wat een kleuren. Echt tropisch. En hup, daar ging weer een ijsvogel, en ook een knalgele kwikstaart. Hoe prachtig in de diepblauwe lucht. Verderop vliegen wat sterntjes over ons heen. Visdiefjes en warempel ook een dwergstern, die hier in de buurt onder of bij bruggen broeden. Aan de hier en daar zanderig oevers ontdekken we steltlopers, maar welke? Er zaten verschillende soorten, in ieder geval de kleine plevier, maar wat die grotere nou waren? We zijn er al langs gegleden… Zanderige oevers: dus ook oeverzwaluwen te over. En he, de steltkluut moet hier ook voorkomen. Toch was de grootste verrassing wel de griel. M’n jeugdjaren bracht ik door in Wassenaar, waar voor de oorlog de geheimzinnige griel broedde, een vogels van woeste, vaak droge terreinen. Dus ik was perplex toen ik op de kiezelige oever, op een voor mij totaal onverwachte plek, drie, vier van die exemplaren zag staan. Nog nooit gezien, maar ik wist het meteen: dat is de griel. Zo onmiskenbaar is die vogel. Het was net voor de laatste bocht. Het einde van de tocht. En ja, het was ook weer hoog tijd voor een glas wijn. Het was mooi geweest!

Gespotte vogels

Aalscholver, Blauwe Kiekendief, Blauwe reiger, Blauwborst, Boerenzwaluw, Boomkruiper, Boomleeuwerik, Boomvalk, Bosrietzanger, Bosuil, Buizerd, Bijeneter, Cirlgors, Dodaars, Dwergstern, Ekster, Fitis, Geelgors, Gekraagde Roodstaart, Gele Kwikstaart, Gierzwaluw, Glanskopmees, Goudhaantje, Grauwe gors, Grauwe Klauwier, Grauwe Vliegenvanger, Grasmussen, Griel, Groene Specht, Groenling, Grote bonte Specht, Grote Lijster, Grote gele Kwikstaart, Grote zilverrreiger, Havik, Heggemus, Hop, Huismus, Huiszwaluw, Houtduif, Kauw, Keep, Kerkuil, Kievit, Klapekster, Kleine bonte specht, Kleine Karekiet, Kleine Klapekster, Kleine Plevier, Kleine zilverreiger, Kneu, Knobbelzwaan, Koekoek, Kokmeeuw, Koolmees, Kraai, Kraanvogel, Kramsvogel, Witte kwikstaart, Meerkoet, Merel, Nachtegaal, Oeverzwaluw, Ooievaar, Paap, Patrijs, Pimpelmees, Putter, Ransuil, Ringmus, Rode wouw, Roek, Roodborst, Roodborsttapuit, Ruigpoot buizerd, Slechtvalk, Sperwer, Steltkluut, Staartmees, Spreeuw, Tapuit, Tjiftjaf, Torenvalk, Turkse tortel, Veldleeuwerik, Vink, Visarend, Visdief, Vlaamse gaai, Waterhoen, Watersnip, Wespendief, Wielewaal, Wilde eend, Witgatje, Wulp, IJsvogel, Zanglijster, Zilvermeeuw, Zomertortel, Zwarte ooievaar, Zwarte Roodstaart, Zwarte wouw, Zwartkop.