De criollo is een van de taaiste paardenrassen ter wereld.

In Zuid Amerika is de criollo het rijdier van de Gaucho. De dieren leven o.a. in Argentinië in grote kuddes op de Pampa.

Door klimatologische omstandigheden en zwerftochten heeft de criollo allerlei kleuren aangenomen. Ook op de criollo ranch is er niet een van dezelfde kleur te vinden.

Van oorsprong komen de criollo’s uit Spanje. Dat wil zeggen de spanjaarden hebben Andalusiers, Berbers, Arabische en Portugesche paarden meegenomen naar Zuid Amerika.

Deze paarden hebben door vermenging en verspreiding over de Pampa’s een eigen ras gevormd.

De dieren zijn gewend buiten te leven en hebben daardoor op de ranch veel weiland ter beschikking om te grazen en te schuilen.

De criollo’s staan nooit op stal. Sterker nog de criollo voelt zich ongemakkelijk in een stal. De ranch heeft ook een buitenstal waar de criollo’s zelf in en uit kunnen lopen mocht het heel erg slecht weer zijn.

De criollo heeft een sterk lichaam met een kort breed voorhoofd.

Door het enorme uithoudingsvermogen zijn deze paarden uitermate geschikt voor lange afstandsritten door ruwe gebieden. Ze hebben een heel goed aanpassingsvermogen en zijn rustig.

Ze luisteren perfect en worden op één hand gereden.

De rijwijze is heel simpel; zitten als een zandzak. Paardbesturen als een joystick, dwz teugelhand vooruit is voorwaarts. Hoe verder naar voren hoe harder het paard gaat.

Altijd met een lange teugel rijden. Het paard kijkt waar het moet lopen.

Drie manieren van voorwaarts vertrekken
Gewicht naar voren brengen. In principe kun je met je gewicht het paard voorwaarts laten lopen.
Stem gebruiken. kort en krachtige termen betekenen ‘gaan’!
Hoe verder de hand naar voren, hoe harder je paard gaat.
Belangrijkste is wel dat je vooral vooruit kijkt en niet constant naar de grond. Dan gaat je paard veelal eten.

En benen hoef je niet te gebruiken. Bij ons mag je ze zelfs niet gebruiken!

Sturen
Teugelhand blijft voorwaarts en gewicht wordt net als bij motorrijden in de visuele bocht gelegd.

Hand drukt de teugel tegen de nek van het paard. Hand blijft wel voorwaarts en de teugel blijft lang.

Stoppen
Eerst gewicht naar achteren brengen. Dan stem diep en laag laten horen (Hoooooohhhh).

Indien je paard niet vertraagd dan teugel met vrije hand korter nemen en nogmaals stem gebruiken en iets aan de teugel trekken.

Reageert je paard, dan ook weer teugel laten vieren.

Indien je paard weer doorloopt dezelfde volgorde nogmaals herhalen.

Wij rijden niet achteruit en gebruiken geen benen, zwepen of sporen.